EFTA Seminar 12 mei 2022: Duurzame Verpakkingsmaterialen

Het zijn niet langer uitsluitend de druktechnische parameters die de keuze bepalen. Hoe kunnen verpakkingsbedrijven in deze sectoren zich voorbereiden? Hoe werkt dit alles door op verpakkingsontwerp, op de materiaalkeuze, op de geschiktheid van verpakkingen voor recycling, op de investering in nieuwe technologie?

Dit was het onderwerp waarvoor bijna 50 leden en genodigden (waaronder ook enkele vertegenwoordigers van Kartoflex (kartonnages en flexibele verpakkingen) en NRK Verpakkingen (kunststofverpakkingen) op 12 mei aanwezig waren in Rotterdam aan boord van het voormalige stoomschip van de Holland-Amerika Lijn nabij Hotel New York (de voormalige HAL terminal). Om, zoals voorzitter Roel Seele het verwoordde, “mee te worden genomen op een reis naar een wereld van nieuwe kennis”.

Aan de slag met duurzaam verpakken: van 6 R-en naar 3 C’s

Het programma, dat onder leiding stond van dagvoorzitter Bert van Loon, was opgesplitst in twee delen. Het eerste deel handelde over grondbeginselen voor het maken van duurzame substraatkeuzes, maar ook over het onderscheid tussen mythen en feiten van duurzame verpakkingen.

Het R-Model

 

Als eerste spreker ging Rolf van Sprang, verpakkingskundige bij het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV), in op het maken van duurzame keuzes bij het ontwerpen van bedrukte consumentenverpakkingen.  Het KIDV adviseert producenten en importeurs van verpakkingen over het verduurzamen van hun verpakkingen om de milieu-impact te verminderen en daarmee bij te dragen aan een circulaire economie voor verpakkingen. 

Als hulpmiddel heeft het KIDV het zogenaamde R-model ontwikkeld:

Van Sprang ging in op de invloed van het bedrukken van verpakkingen op de  duurzaamheid binnen elk van de zes ‘R’en. Maatregelen die kunnen worden genomen  hebben betrekking op het verminderen van steunkleuren, het gebruik van milieuvriendelijke en watergedragen inkten, het beperken van coatings tot eenzijdig (bij papier en karton) het gebruik van inkten met partikelgroottes die geschikt zijn voor ‘floating’ bij het ontinkten, het vermijden van binnendruk, het gebruik van delamineer-primers, het vermijden van grote vlakken zwarte bedrukking omdat de verpakking dan slechter sorteerbaar wordt, etc.

Van Sprang raadde tot slot aan om terug te gaan naar de basis en duurzaamheid op die manier ook vóór het ontwerpstadium al mee te nemen. Denk vooral vanuit het doel van de product- verpakkingscombinatie. Neem als voorbeeld shampoo. Het doel van shampoo is het wassen van haren in een waterrijke omgeving. Kan je dan niet beter het water uit de shampoo weglaten en het product als shampooblok aanbieden? Dit maakt de verpakking voor een groot deel overbodig. Het zelfde geldt voor het markeren van groenten en fruit. Lasercodering direct op het product maakt in veel gevallen een (vaak plastic) verpakking zelfs overbodig.

De 3 C's

Deze vraagstelling was koren op de molen van een oude bekende uit de EFTA-kringen, Rob Daniels van Packaging Partners, die in een prikkelend betoog zijn eigen alliteratie-model lanceerde, de 3 C’s: Circulair, Certificatie en Common sense. Uiteindelijk gaat het erom dat we verpakkingen circulair proberen te maken, maar we moeten daarbij wel uitgaan van objectiveerbare, toetsbare feiten en ons boerenverstand gebruiken bij het ontmaskeren van ongerechtvaardigde claims op duurzaamheid. Het gaat erom, ons niet te laten leiden door opinies of percepties, maar door cijfers.

Rob ging specifiek in op de uitdagingen rondom het recyclen van kunststofverpakkingen. “Het gebruik van kunststofverpakkingen zal ondanks de discussie rondom plastic autonoom blijven groeien, maar de fractie verkeerd beheerd plastic afval kan worden teruggebracht van 56 procent bij ‘business as usual’, naar 10 procent bij een systeemwijziging.” Het gescheiden weggooien en inzamelen van verpakkingen is daarbij nog maar het startpunt. Er zijn minstens acht gradaties en stappen te bedenken voor het verantwoord recyclen, waarbij de hoogste graad die is het ‘gescheiden’ weggooien, inzamelen, aanbieden bij een recycler, scheiden op soort, zuiveren, verkleinen, regranuleren en toepassen van het granulaat voor nieuwe, hoogwaardige producten. In dit geval spreken we van ‘upcycling’. Dit in tegenstelling tot toepassen van het granulaat in laagwaardige producten (het bermpaaltjes-verhaal).

Rob toonde een aantal voorbeelden van misleidende en onjuiste materiaalclaims, maar ging ook in op best practices en beslismodellen voor mono plastics, biobased en/of composteerbare materialen en (gecoat) papier. “Alleen duurzame materialen bestaan niet, duurzame toepassingen wel”, waarschuwde hij daarbij zijn gehoor. “Verduurzaming is alleen mogelijk door betere samenwerking binnen de gehele keten”.

Intilligent sorteren en recyclen van verpakkingen
Het tweede deel handelde over de relatie tussen duurzaamheid en innovatie.

Carlen Claeys, werkzaam bij Athena Graphics, partner van Digimarc, ging in op het technische aspect van het digitaal identificeren van verpakkingsmaterialen door middel van een onmerkbare barcodes op het substraat. Deze zogenaamde ‘digitale watermerken’ zijn met het blote oog niet waarneembare codes ter grootte van een postzegel die verspreid over de hele oppervlakte van de consumentenverpakking zijn aangebracht. Doordat de codes over ten minste 80% van het oppervlak van verpakkingen zijn verspreid, is het mogelijk deze materialen eenvoudig te sorteren in het recyclingproces, bij voorbeeld op type kunststof, food vs non food etc.. Ook als zij in sterk gekreukte vorm de speciale (witte, rode of blauwe) lichtbron en bijbehorende hoge resolutiecamera’s op de sorteerlijn passeren, alvorens zij per soort worden gescheiden.

Dit kunnen codes in 3D zijn, aangebracht door middel van een micro-preging in de mal van harde plastic verpakkingen (‘micro embossing’), maar het is ook mogelijk ze te verwerken in het artwork voor de bedrukking van de verpakkingen (in flexo, diepdruk, offset of digitaal). Een combinatie van beiden is ook mogelijk.

Carlen benadrukte dat de onzichtbare codes mogelijk ook bijkomende voordelen kunnen hebben elders in de waardeketen, zoals het 25% sneller scannen aan de kassa doordat niet meer hoeft te worden gezocht naar de barcode.

Op weg naar de Holygrail 2.0

Slotspreker van het seminar was Gian de Belder, Technical Director R&D Sustainability bij Procter & Gamble en als zodanig gedetacheerd als projectleider van HolyGrail 2.0, het project dat wordt gemanaged door AIM Europe, de organisatie van de merkenfabrikanten. Daar waar Carlen zich richtte op de technische aspecten van het digitaal watermerken, zoemde Gian uit naar de bredere context van het ‘cross value chain’ project waarbij inmiddels meer dan 170 merkenfabrikanten, verpakkingsleveranciers, technologie-ondernemingen en stakeholderorganisaties zijn aangesloten.

HolyGrail 2.0 is een proefproject met als doel niet alleen de technische levensvatbaarheid van digitale watermerken voor een nauwkeurige sortering van verpakkingsafval aan te tonen, maar óók de economische levensvatbaarheid van de business case op grote schaal. Daartoe is het project onderverdeeld in zeven ‘Work Packages’ waarvan Work Package 2 (Digital Watermarks for Print) voor de verpakkingsdrukkers het meest relevant is.

Gian de Belder berichtte dat inmiddels succesvolle semi-industriële testen hebben plaatsgevonden in het Amager Resource Center in Kopenhagen, waar 125 duizend verpakkingen van 260 SKUs, van plastic flessen tot flexibele verpakkingen zijn getest op snelheid, accuratesse van de detectie van verpakkingen (‘detection rate’), en de effectiviteit van het sorteren (‘ejection rate’). Hierbij zijn  percentages van boven de 95% behaald.  Dit jaar worden pilots uitgevoerd met digitaal gewaarmerkte producten in de schappen van supermarkten in Duitsland, Frankrijk en Denemarken.

Om tegen 2030 de cirkel gesloten te hebben en alle verpakkingen circulair te hebben gemaakt (d.w.z. recycleerbaar of herbruikbaar), is het HolyGrail 2.0 project een essentiële wegbereider, zo besloot spreker.

De deelnemers hadden veel om over na te praten tijdens de afsluitende borrel aan dek van de SS Rotterdam.